Afdrukken

Mw Geesje Visscher- van der Haar, geboren te Genemuiden op 5 augustus 1820, vertrok met haar man en kinderen op dezelfde dag als ds. Van Raalte naar Amerika. Ds. Van Raalte vertrok met een aantal geloofsgenoten naar New York  terwijl de familie Visscher zich inscheepte naar Baltimore.

In Holland Mi waar de familie terechtkwam woonden ze de rest van hun leven. Bij het overlijden van Mevrouw Van Raalte maakte ze de onderstaande levensbeschrijving

 

 

 

Christina van Raalte -de Moen

Een korte levensbeschrijving van onze geliefde en hooggeachte vriendin in Christus, mevrouw A. C.(Christien) van Raalte, geschreven door mevrouw Jan Visscher ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Holland in 1897 en voorgelezen door haar zoon Arend, in de tweede Gereformeerde Kerk (Hope Church) in Holland.

 

Beste Vrienden, daar mij gevraagd is een korte levensbeschrijving te geven van de overleden en hooggeachte mevrouw A. C. Van Raalte, is het mij een genoegen dat te doen ter ere van haar, van wie ik zo veel hield. Ik kende haar al voor zij met ds. Van Raalte trouwde. In de herfst van 1835 kwam ds. Van Raalte, toen nog kandidaat voor het predikambt, preken in Genemuiden. Er was een kleine afgescheiden gemeente gevormd door ds. De Cock, in de lente daaraan voorafgaand. We genoten allen zo van de preken van Van Raalte, dat we samen met de mensen uit Mastenbroek besloten hem te beroepen om ons als herder te dienen. Hij nam dat beroep aan, en hij en mejuffrouw C. De Moen kwamen uit onvergetelijke stad Leiden met het plan een pastorie te bouwen. Dat was de eerste keer, dat onze gemeente haar ontmoette - de vrouw die later de bitterheid en vervolging, die later het lot werd van de Afgescheidenen, met ons zou delen. Zij was een elegante vrouw uit een eerste klas familie, maar was van haar jeugd opgevoed in de vreze des Heren. In maart 1836 trouwden ze en Van Raalte bij de eerste bijeenkomst van de Synode der Afgescheiden Kerken in Amsterdam. Kort daarna kwamen ze naar Genemuiden, hoewel de pastorie nog niet geheel klaar was. Maar zij paste zich aan de omstandigheden aan en deed wat ze kon om de dominee te helpen. In die dagen begonnen de vervolgingen in ernst. Vrijheid van godsdienstoefening in de kerken was verboden en zelfs toen we bijeen- kwamen in de schuur van mijn oom, kwamen de soldaten de dienst verstoren. Ze hadden daartoe opdracht gekregen van de burgemeester. Ik weet nog dat de dominee ons psalm 46:1 liet zingen: "God is een toevlucht voor de Zijnen.", voor we uiteen gingen. Gedurende de volgende week waren er veel soldaten in het dorp, en de heer en mevrouw Van Raalte kregen er drie ingekwartierd in hun huis. Mevrouw Van Raalte onderging het gelaten ter wille van haar overtuiging. Van Raaltes inspanning werd beloond, niet allen in Genemuiden, maar ook in Mastenbroek, waar de boeren godsdienstoefeningen hielden in hun huizen en schuren. In de winter verrichtte ds. Van Raalte zijn werk op schaatsen, terwijl een jongeman mevrouw Van Raalte voortduwde in een slee. Diezelfde jongeman, die omstreeks die tijd bekeerd werd, werd later mijn echtgenoot. De dominee bezocht tal van huizen en hield ook catechisatie voor de kinderen. Velen werden door de preken van dominee bekeerd en hij had invloed onder alle standen. mevrouw Van Raalte was actief in haar zorg voor de armen, ze bezocht hen en nodigde hen uit bij haar thuis te komen. Herhaaldelijk onthaalde ze de leerlingen van de catechisatie-klassen, en dan leidde zij het zingen met haar prachtige stem en begeleidde ze hen op het orgel. Onze gemeente groeide snel. Zij leden erg voor hun overtuiging, omdat de meesten van hen arm waren en de regering zware boetes oplegde. Later kregen we meer vrijheid, we bouwden een kerkje en we hoopten allen, dat we meer rust zouden krijgen. De Van Raaltes hadden nu twee kinderen, een jongen en een meisje. We hielden allen van hen en wisten niet, dat hij nog maar kort bij ons zou blijven. In die tijd werd er een vergadering gehouden van de vertegenwoordigers der Afgescheiden Gemeenten, en daar werd besloten dat Van Raalte naar Ommen zou gaan, zodat hij meer centraal in Overijssel zou wonen. We waren allen bedroefd en bitter teleurgesteld door wat de classis had besloten. We dachten dat het onmogelijk was zonder hem verder te gaan, maar moesten ten slotte toegeven. God had Van Raaltes arbeid in Genemuiden gezegend en we waren uitgegroeid tot een vrij grote, zij het arme gemeente. Toen we afscheid namen konden we geen woord spreken - we waren zo nauw verbonden geworden door Gods genade, die onze zielen in liefde verenigd had. We dachten toen, dat we elkaar noot meer terug zouden zien, maar ik ging een keer naar Ommen, waar ze mij hartelijk verwelkomden en waar ik het voorrecht had hem nog eens te horen reken. Hij had daar veel te verduren om zijn overtuiging. Later verhuisden ze naar Arnhem en gedurende vele jaren zag ik mevrouw Van Raalte niet. Hij zelf kwam zo nu en dan diensten leiden en merendeels op zijn advies beriepen we ds Wissink, de dominee die ons trouwde en ons eerste kind doopte. In het jaar 1847 lazen we veel over emigratie naar Amerika in de tijdschriften van Van Raalte, Brummelkamp en Scholte. We dachten er veel over na, vooral mijn broers, Wouter en Hein van der Haar. Het gerucht ging dat Van Raalte en zijn gezin met een groep arme mensen van plan waren naar Amerika te emigreren, het vrije en grote land. Dus gingen zij en mijn man naar Arnhem om uit te zoeken of het gerucht waar was. Ze hoorden, dat het waar was en dat mevrouw Van Raalte, na veel gebeden, met het plan had ingestemd en met achterlating van allen met haar man en gezin naar Amerika wou. Toen mijn broers en mijn man thuiskwamen, bespraken wij de zaak ook en baden voortdurend of het Gods wil was dat we gingen emigreren. Ten slotte voelden we zekerheid in onze geest, dat we met onze twee kinderen moesten gaan. De oudste nu mevrouw Hazenberg, woont weer in Nederland, in Apeldoorn en werkt samen met haar man voor Gods zaak. Mijn twee broers, een zuster en de broer van mijn man besloten ook te gaan. Ds. Van Raalte en zijn groep vertrokken op 4 oktober met een zeilschip naar New York en op dezelfde dag gingen wil met een ander schip dat Baltimore als bestemming had. We wisten niet dat beide havens zo ver van elkaar lagen. Zij arriveerden in New York en werden hartelijk ontvangen door andere Nederlanders daar. Vandaar gingen ze via Albany naar Detroit, waar ze de winter doorbrachten. Van Raalte ging verder om een goede plek te zoeken en later bracht mevrouw Van Raalte drie maanden Allegan door bij Men. Kellogg, terwijl Van Raalte en zijn voorgede voorlopige toebereidselen maakte op de plek waar hij besloten had zich te vestigen. Ons schip kwam op  december in Baltimore aan en daar bleven we een paar dagen,voor we met de trein naar Cumberland vertrokken, later naar Pittsburgh. Vandaar gingen we naar St Louis, waar we meer Nederlanders aantroffen. We bleven 6zesweken in St Louis en gingen toer met de boot naar Peru. Vandaa naar Chicago met de diligence. Toen met de boot naar Grand Haven. Van Grand Haven naar Port-Sheldon, waar een Fransman ons tenslotte naar het zogenaamde Indiaanse dorp aan Black Lake bracht. We bleven daar ongeveer een maand bij de Indianen. Mevr. Van Raalte arriveerde in mei, met haar kinderen en haar dienstbode. Toen we elkaar ontmoetten, omhelsden we elkaar als zusters, en prezen God voor de wonderbaarlijke wijze, waarop Hij ons had geleid door alle wisselvalligheden die- we ondervonden hadden. Samen zongen we de oude psalm:

 

“God baande door de woeste baren en brede stromen ons een pad.

Daar klonk zijn lof op stem en snaren, omdat Hij ons beveiligd had."

 

Ze betrok de kleine woning die voor haar gebouwd was. In het bos werd ruime gemaakt om godsdienstoefeningen te houden als het weer het toestond, dicht bij het huis van Van Raalte. Daar placht mevrouw Van Raalte te zitten met haar kinderen bij haar, de baby in de wieg, die ze uit Nederland hadden meegenomen. Hier kregen we troost en moed, als we luisterden naar zijn vurige preken. Er was veel opoffering en moed voor hodig om alle moeilijkheden en ziekten te verdragen, die de kolonie troffen in die eerste dagen. Van de vestiging der kolonie. De heer en mevrouw Van Raalte hadden veel liefde en geduld nodig, omdat zoveel van hen afhing, en omdat iedereen bij hen kwam om raad en hulp bij hun pogingen ziekte te bestrijden. Het was opmerkelijk, dat iemand van haar stand zich aan kon passen aan het pioniersleven. Ze was gewoon geweest aan een leven van betrekkelijke luxe en nu moest ze veel van haar eigen huishoudelijk werk doen. In die eerste dagen was er dikwijls gebrek aan vele dingen, omdat alles met wagens moest worden aangevoerd, soms met sleden. Ze hield zich opgewekt en dapper ondanks alle moeilijkheden. Veel vreemdelingen en Engelssprekende mensen kwamen bij de Van Raaltes om onderdak, en hoewel het huis nog lang niet helemaal klaar was, ze was altijd bereid anderen te helpen, waarvoor God haar de nodige kracht gaf. Ze was vriendelijk en attent tegenover iedereen en toch behield ze steeds een voorkomen van waardigheid, zoals bij haar positie paste. Met zware schoenen aan haar voeten liep ze vaak over de modderige paden en wegen om de zieken te bezoeken en de neerslachtigen te troosten. God gaf haar de kracht de mensen te helpen en te redden, ja vaak bracht ze de armen voedsel. Maar zijzelf verkeerden vaak in wanhopige omstandigheden en allemaal moesten we leren het te doen zonder dingen waaraan we gewend waren geweest. Toen de toestand wat beter werd, nam ze vaak haar kinderen mee en deed de ronde per ossewagen. Ze bezocht ook ons en dan kwam dominee 's avonds haar halen om ons tegelijkertijd het voordeel te geven van zijn raad en leiding die ons tot zegen strekten. We spraken er dikwijls over hoe heerlijk het was volkomen vrij te zijn wat de godsdienst betrof. We waren al zo ver vooruit gegaan, dat we een houten kerkje gebouwd hadden, waar we he voorrecht genoten, voedsel voor onze ziel te ontvangen. Eens zou Van Raalte komen preken toen hun baby vreselijk ziek was mevrouw Van Raalte had er op gestaan, dat hij naar de kerk zou gaan en preken en wou niet dat hij de mensen teleurstelde, die van verre waren gekomen om de dienst bij te wonen. Hij hield een korte preek en haastte zich toen naar huis. Hij was nog maar net thuis, toen het kind stierf. Het was bijna een jaar oud. Ze was een voorbeeld voor velen, door niet te klagen en aanvaardde het verlies van haar kind als Gods wil. Ze bad veel, zowel voor zichzelf als in het openbaar. Zij leidde ook de vrouwenbijeenkomsten, en bad dat zo vurig, dat God zorg zou dragen voor de behoeften van de gemeente, de zieken en de lijdende mensen, dat onze harten aan haar verbonden werden met banden die nooit meer verbroken zouden worden, tot in eeuwigheid. We herinneren ons, hoe ze met haar prachtige stem het zingen leidde van de gemeente. Met die prachtige heldere stem verheerlijkt ze nu God in de hemel. Steeds als we haar opzochten, stond ze erop dat we zongen terwijl zij ons begeleidde op de piano.

Zo vlogen de jaren voorbij en ze mocht het beleven haar kleinkinderen te zien. Toen kwam God en nam de geliefde en toegewijde vrouw van onze dominee tot zich. Mijn oudste dochter mevrouw Hazenberg zocht haar iedere week op in die twee jaren van lijden, die ze doormaakte voor haar dood. Tot het laatst genoot mijn dochter van haar gesprekken met haar, als ze sprak van Gods liefdevolle zorg en genade, die haar ten deel gevallen waren. Ze werd 58 jaar en stierf vreedzaam en kalm met een groot geloof in God, diep betreurd door velen, omdat zij zo algemeen geliefd en geacht werd. De herinnering aan de rechtvaardigen zal gezegend worden. In alle betekenissen van het woord, was zij waardig de levensgezellin te zijn van onze geliefde dominee.

Van Raalte, die ik gekend en geacht had sinds ik zestien was, als mijn herder en mijn leidsman. Nu, in mijn 77e  levensjaar, roep ik al deze dingen in mijn geheugen terug en ik hoop en bid dat zij strekken mogen tot Gods eer.

           

Vrome vroeg gestorven vrienden,

Slechts zijt gij mij wat vooruit,

'k Zal U allen weder vinden;

Als ons Jezus 't graf ontsluit:

Eerlang zal ik met U rusten,

'k Rijp alvast voor d' eeuwigheid,

‘k Staar vast op die blijde kusten,

Daar mij 't hoogst geluk verbeidt.