Afdrukken

Jan Visscher en Geesje Visscher-van der Haar

 

A A N H A N G S E L Uittreksels uit Krantenberichten bij het overlijden van Geesje Visscher- van der Haar

 

 

Een voor een worden de dappere pioniers van 1847 ten grave gedragen. Het zal niet lang meer duren voor de laatsten van hen het aardse toneel zullen hebben verlaten. Deze week weer verliet een van hen ons, om te verblijven bij haar hemelse vader. Na een ziekte van enige weken, waarvan ze scheen te herstellen ging Mevrouw Jan Visscher naar haar tehuis in de hemel. Op de dag vóór haar dood had ze met een van haar zoons een rit om de stad heen gemaakt. Die avond ging ze op de gewone tijd naar bed en viel in slaap, om nooit meer wakker te worde Ze stierf om ongeveer half vier op dinsdagmorgen, 3 april,1901. Ze laat zes kinderen achter: Mevrouw Lemmie Hazenberg in Nederland, Arend en Johannes in Holland, Jan in Forrestburg, Zuid Dakota, Mevrouw G. J. Jenks in Kalamazoo, mevr. John Mersen in Ann Arbor. Ook een zuster van haar Mevrouw H. G. Van den Berg en haar pleegzoon Dick Homkes leven nog.

Op Donderdag werden haar stoffelijke resten begraven naast die van haar man op De Pilgrim Home Begraafplaats. De diensten in de Eerste Gereformeerde Kerk werden geleid door G. H. Dubbink en Prof. H. E . Dosker, terwijl ds. Van Hoogen in het sterfhuis sprak. Ere-slippendragers waren: I. Cappen, E. van der Veen, Prof. C. Doesburg,

I. Fairbanks, B. Van Zwaluwenberg en C. Schols. De slippendragers waren: Prof. H.S.

Boers, G. J. Diekema, dr. G. J. Kollen, G. J. Van Duren, B.D. Keppel en D. J. te Roller.

Geesje van der Haar werd geboren in Genemuiden, Overijssel, Nederland op 5 augustus l820. Haar man Jan Visscher, met wie ze in 1841 trouwde kwam uit dezelfde plaats. Genemuiden was ook de eerste gemeente van de jonge, dynamische prediker ds. A. C. Van Raalte, die de gemeente als geestelijk leider drie jaar diende. (Vandaar ging hij naar Ommen en toen naar Arnhem, waar hij het plan opvatte om naar Amerika te emigreren).

Het jonge paar had succes in zaken in Nederland, maar was niettemin bereid hun lot te delen met de jonge Van Raalte en besloot te tekenen voor de reis over zee. Indien Nederland op dat tijdstip in haar historie dezelfde liefde en sympathie had getoond voor haar volk, als het nu betoont aan de Nederlandse afstammelingen in Afrika, hoeveel bladzijden van wrede en onverdraagzame behandeling van haar onderdanen konden dan weggescheurd worden uit haar geschiedboeken  Hoewel de eerste Nederlandse nederzettingen in Wisconsin, Michigan, Illinois en Ioa plaatsvonden in 1847 had. De voorhoede van kleine groepen, de ijsbrekers, zoals ze genoemd werden, Nederland reeds in 1846 en nog vroeger verlaten. Jan Visscher en zijn vrouw waren vertrokken op 4 oktober 1846, drie weken na Van Raalte en zijn groep. Na een stormachtige overtocht landden zij na 72 dagen in Baltimore. Vandaar reisden ze naar St Louis, waar ze verscheiden weken bleven. Daar voegde een andere groep Nederlanders, die via New Orleans gekomen waren, zich biij hen. Daar ontvingen ze bericht van Van Raalte, dat hij Black Lake en omgeving als plaats van nederzetting had gekozen. Hij spoorde hen aan zich zo spoedig mogelijk bij hem te voegen. Ze besloten Van Raaltes advies te volgen en stuurden drie jonge mannen vooruit, om Van Raalte op de hoogte te brengen van hun toestand. Dat waren: T. Keppel, H. van der Haar en J. Binnekant. Kort daarna verlieten de andere leden van de groep St. Louis. In februari gingen ze naar Chicago ,vanwaar ze met de boot naar Grand Haven gingen. Vandaar reisden ze per wagenspoor, zo werd dat tenminste genoemd, naar Port Sheldon. Verder gaan was onmogelijk. Geen wagenspoor of zelfs voetpad was daar te zien. De vrouwen bleven daar en de mannen gingen naar de nederzetting om te helpen bij het bouwen van hutten en wegen door de bossen te hakken. Toen deze mannen in de kolonie aankwamen, hadden de drie mannen die vooruit gegaan waren, slechts een paar dagen ervoor de kolonie bereikt. Na een verblijf van een paar weken in Port Sheldon werden de vrouwen en de kinderen in een open boot naar de monding van Black Lake vervoerd . Vandaar gingen ze in Indiaanse kano's naar een Indiaans dorp, waar ze verscheiden weken woonden in kleine hutten, bij de Indianen, net ten westen van wat nu Kollen park is. Deze hutten werden vele jaren later gebruikt als barakken of voor quarantaine voor hen die later kwamen via Black Lake. De heer Visscher kocht onmiddellijk een stuk land van de regering, de oude Van Duren plaats, ongeveer een mijl ten Oosten van de tegenwoordige stad. Hij bouwde een huis, dat kort geleden is afgebroken, en begon zaken te doen. Hij slachtte ook en verkocht levende have. Zijn plek was een van de eerste marktplaatsen in de gemeenschap. Van die tijd af deelde de familie Visscher in de beproevingen en tegenspoeden van de jonge kolonie. Te midden van alle moeilijkheden was mevrouw Visscher de trouwe vrouw en moeder, en haar nakomelingen zijn het beste bewijs van die trouw en toewijding. Zij was een vrouw van meer dan gewone intelligentie en ontwikkeling. Te midden van alles wat zij doormaakten in die eerste jaren, was zij een van de eersten die vastberadenheid toonde in het leren beheersen van de Engelse taal. De laatste jaren van haar leven, die ze doorbracht in het huis tegenover Centennial Park, waren gewijd aan de literatuur. Ze las allerlei boeken, maar steeds die van literaire waarde. Haar manier van schrijven en haar uitgebreide woordenschat getuigen van haar bekwaamheden op literair gebied. Ze was dol op lezen en vele avonden zagen de buren dat bij haar nog licht brandde om uur. Haar algemene kennis over vele onder- werpen en haar kennis van de geschiedenis waren onovertroffen, als men bedenkt hoe beperkt haar schoolonderricht was geweest. Haar dood is de laatste van die van de Van der Haar pioniers. Haar broers, Wouter en Hein, en haar zuster mevrouw Vennama stierven eerder.

Terwijl meneer en mevrouw Visscher veel moeilijkheden en teleurstellingen ondervonden in de eerste jaren van de nederzetting, hun laatste levensjaren brachten zoveel geluk en tevredenheid als men maar kan wensen. De kinderen hebben reden dankbaar te zijn dat ze zoveel jaren het voorrecht hadden zo’n moeder te hebben.